Door de hervorming van het openbaar vervoer zullen eind volgend jaar een kwart van alle bushaltes in Limburg verdwijnen. “Het alternatief dreigt voor veel mensen onbetaalbaar te worden”, vreest PVDA.Vlaanderen staat voor de grootste hervorming van het bus- en tramvervoer in decennia. Op 4 december 2021 treedt ook in Limburg een nieuw vervoersplan in werking. In het plan wordt gefocust op snellere verbindingen op de grote assen. De bedoeling is dat bussen vlotter en frequenter rijden en minder stoppen, waardoor ze beter kunnen concurreren met de auto en op die plekken rijden waar er voldoende vraag is. Op plekken waar er minder vraag is, verdwijnen er buslijnen.Dat daardoor een groot aantal bushaltes verloren zou gaan, was al bekend. Maar tot nu toe bleef het onduidelijk hoeveel opstapplaatsen er precies zouden verdwijnen. Vlaams Parlementslid Kim De Witte (PVDA) rekende op basis van het vervoersplan uit dat er op de grote assen (voornamelijk langs gewestwegen, nvdr.) 779 haltes overblijven van de 1.054 die Limburg vandaag telt. Maar ook daarbuiten worden er heel wat haltes geschrapt, zo blijkt uit cijfers van het kabinet van Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld). In totaal kan je in de provincie vandaag nog op 2.400 plaatsen op de bus stappen, maar vanaf 4 december volgend jaar zullen alles samen 560 haltes ophouden te bestaan.Privatisering“Dat betekent dat een op de vier haltes verdwijnt. Dat is veel”, zegt De Witte. “De meeste haltes verdwijnen in de perifere gebieden in het noorden, zuiden en oosten van de provincie, gebieden die nu al weinig toegankelijk zijn met het openbaar vervoer. Dat er wordt gemikt op snellere verbindingen op grote assen kunnen we alleen maar toejuichen, maar niet ten koste van het basisrecht op mobiliteit. Het nieuwe vervoersplan staat in een context van besparingen op het openbaar vervoer. De laatste jaren werd er bespaard op De Lijn, wat heeft geleid tot een immens probleem van onderfinanciering. De Lijn wil dat nu compenseren met een gedeeltelijke privatisering. Het ‘vervoer op maat’ moet de groeiende gaten in het net opvullen. Op termijn zal dat vooral met taxi’s moeten gebeuren. Mensen met voldoende middelen kunnen dat betalen, anderen niet. Hun recht op mobiliteit zal, nog meer dan vandaag, vastgeklikt zijn aan een auto. Dat is geen goede evolutie.”
Meer taxi’s
Minister Peeters verdedigt de hervorming. “We gaan naar een vraaggestuurd aanbod, wat betekent dat er net meer bussen zullen rijden op de grote lijnen”, zegt Peeters. “Dit is ook allerminst een besparing, er is geen budget geschrapt. We willen alleen naar een economisch verantwoord openbaar vervoer. Lege bussen laten rijden heeft geen zin.”
Om de blinde vlekken in te vullen rekent Peeters op het vervoer op maat. Belbussen, taxi’s, maar ook nieuwe vormen van deelmobiliteit moeten ervoor zorgen dat wie geen halte in de buurt heeft toch snel op een opstapplaats kan geraken waar dan ook frequenter bussen zullen passeren. “Hoeveel dat vervoer op maat de gebruiker zal kosten, is nog niet duidelijk. De aanbestedingen lopen nog”, zegt Peeters. “Voor Limburg is alleszins een verdubbeling van het budget voorzien, van 5 miljoen nu (dat naar de belbussen ging, nvdr.) naar 10 miljoen in 2024.”
“Ik geloof ook sterk in het verhaal van Hoppin, de mobipunten waar je makkelijk kan overstappen van de bus op bijvoorbeeld deelfietsen of deelauto’s. Zeker in de steden heeft dat een groot potentieel. In buitengebieden zullen taxi’s belangrijker worden, maar die sector is ook geliberaliseerd, waardoor er veel meer taxibedrijven zullen bijkomen.” Peeters rekent erop dat dat de prijs ten goede zal komen. “De gemeenten kunnen daarnaast ook zelf bijdragen in de ticketprijs, of bijvoorbeeld zelf een shuttle laten rijden of investeren in deelmobiliteit.”

Dat betekent snellere bussen, maar ook minder haltes. De impact op de reizigers zal enorm zijn.
BeantwoordenVerwijderen